Verwijscriteria erfelijk gehoorverlies
(Verwijzen voor) otogenetisch onderzoek is zinvol:
- bij uitval op de neonatale gehoorscreening, na bevestiging van gehoorverlies door een audiologisch centrum. Hierbij verwijzen we ook naar de richtlijn “Slechthorendheid op de kinderleeftijd”;
- bij perceptief gehoorverlies dat groter is dan de leeftijdsnorm, zonder bekende (verworven) oorzaak;
- indien gehoorverlies gepaard gaat met bijkomende dysmorfe kenmerken, andere gezondheidsklachten en/of symptomen;
Bovenstaande is onafhankelijk van de vorm van het audiogram.
Geen indicatie (voor verwijzen) voor otogenetische diagnostiek:
Otogenetische diagnostiek heeft op dit moment geen zin als:
- de beginleeftijd van het gehoorverlies boven 50-jarige leeftijd is en er geen positieve familieanamnese is van mensen met een beginleeftijd op vergelijkbare dan wel jongere leeftijd;
- het gaat om eenzijdig/unilateraal gehoorverlies met een negatieve familie-anamnese en géén dysmorfe kenmerken en/of bijkomende gezondheidsklachten die kunnen wijzen op een syndroom. Er kan een indicatie zijn tot beeldvormend onderzoek via de KNO-arts.
- Bij asymmetrisch gehoorverlies, waarbij op beide oren er een gehoorverlies is dat slechter is dan verwacht mag worden op basis van de leeftijd, kan otogenetische diagnostiek wel zinvol zijn;
- het gaat om geleidings-/conductief gehoorverlies. Het panel is met name gericht op perceptief gehoorverlies. Overweeg bij conductief gehoorverlies ten gevolge van structurele aangezichtsafwijkingen om genetische diagnostiek naar craniofaciale afwijkingen in te zetten;
- en specifiek, als het gaat om otosclerose heeft DNA-onderzoek geen zin. Ook niet als het bij meerdere familieleden voorkomt. Dit is een multifactorieel bepaalde aandoening.
Opbrengst
Bij congenitaal bilateraal symmetrisch dan wel asymmetrisch gehoorverlies wordt er in ~60 tot 70% van de gevallen een (mogelijke) genetische diagnose vastgesteld. Dit opbrengstpercentage neemt af naarmate de beginleeftijd van het gehoorverlies toeneemt.
Bijkomende gezondheidsklachten
(Congenitaal) gehoorverlies kan de eerste presentatie zijn van een bredere, syndromale aandoening. Hierom is het bij het counselen van patiënten en/of ouders belangrijk om hen vooraf te informeren over dat uit de test ook een erfelijke aanleg kan komen die niet alleen gehoorverlies omvat. Onderstaande lijst is bedoeld om een aantal voorbeelden te geven en is niet volledig:
- Visusstoornissen:
- Met name Usher syndroom. Dit is een combinatie van congenitale slechthorendheid of doofheid en progressieve slechtziendheid (retinitis pigmentosa) en bij type 1 eveneens vestibulaire areflexie. Usher syndroom wordt veroorzaakt door mutaties in verschillende genen, onder meer USH2A, CDH23, MYO7A, USH1C, PCDH15, USH1G of CIB2.
Let op: mutaties in een aantal van de genen die met type 1 geassocieerd zijn, kunnen ook leiden tot een niet-syndromale vorm van gehoorverlies. De genotype-fenotype correlatie is niet altijd duidelijk en kan leiden tot onduidelijke uitkomsten, vooral bij jonge kinderen. Zo nodig kan er een second opinion aangevraagd worden bij het expertisecentrum in het Radboudumc. - Andere voorbeelden zijn Stickler syndroom (hoge myopie) en de combinatie met exudatieve viteoretinopathie.
- Met name Usher syndroom. Dit is een combinatie van congenitale slechthorendheid of doofheid en progressieve slechtziendheid (retinitis pigmentosa) en bij type 1 eveneens vestibulaire areflexie. Usher syndroom wordt veroorzaakt door mutaties in verschillende genen, onder meer USH2A, CDH23, MYO7A, USH1C, PCDH15, USH1G of CIB2.
- Schildklierklachten: Pendred syndroom (SLC26A4)
- Nieraandoeningen: onder meer BOR, SIX1, renale tubulaire acidose (ATP6V0A4 en ATP6V1B1), Alport syndroom (COL4A5 e.a.)
- Ritmestoornissen: Jervell-Lange Nielsen syndroom (KCNQ1 en KCNE1)
- Vruchtbaarheidsproblemen: CATSPER2 (niet in genpakket, maar vaak gedeleteerd in combinatie met STRC, een homozygote deletie van STRC & CATSPER2 leidt tot slechthorendheid en fertiliteitsproblemen bij mannen), Perrault syndroom (fertiliteitsproblemen bij vrouwen, o.a. LARS2).
- Mitochondriële aandoeningen: o.a. diabetes en maternale overerving: MIDD/MELAS (MT-TL1 m.3243A>G)
Tot slot kan gehoorverlies als (eerste) kenmerk voorkomen bij syndromen met o.a. kleine lengte, verstandelijke beperking, endocrinologische-, neurologische-, metabole- en respiratoire aandoeningen.
