Hemofilie

Betrokken genen: F8 (hemofilie A) en F9 (hemofilie B)

Omschrijving: 

Bij hemofilie-A en -B ontstaan bloedingen ten gevolge van een falende secundaire hemostase. De aandoeningen zijn klinisch niet van elkaar te onderscheiden en erven allebei X-gebonden recessief over.

Hemofilie-A is het gevolg van de afwezigheid of een afwijking van stollingsfactor VIII, door een defect in het factor-VIII-gen. Hemofilie-B is het gevolg van de afwezigheid of een afwijking van factor IX. Soms wordt een verlaagd factor VIII veroorzaakt door mutaties in vonwillebrandfactor (VWF), zoals wordt gevonden bij de ziekte van Von Willebrand type 2N. Het gevolg van deze mutaties is dat factor VIII niet kan binden aan VWF, waardoor de klaring van factor VIII sterk wordt verhoogd en daardoor de plasmaspiegels laag zijn.

De ernst van hemofilie wordt onderverdeeld op basis van de factor-VIII/-IX-activiteit:

  • < 1% (0,01 IE/ml) = ernstige hemofilie
  • tussen 1 en 5% (0,01-0,05 IE/ml) = matig ernstige hemofilie
  • > 5% (0,05 IE/ml) = milde hemofilie

Bij verschillende aangedane personen binnen dezelfde familie zal de ernst van de hemofilie vergelijkbaar zijn. De hoogte van het factor VIII/IX gehalte bij draagsters (en dus het eventueel ontstaan van milde klachten) binnen dezelfde familie kan wisselen ivm de willekeurige inactivatie van één van beide X-chromosomen in alle lichaamscellen bij vrouwen. Hierdoor kunnen vrouwen soms ook klachten hebben van hemofilie.

ALLES OPENEN